Het is moeilijk het 'So you think you can dance' publiek de schouwburg in te krijgen. Terwijl het RTL4 programma vol zit met de soort dans wat het Scapino Ballet ook danst. Week op week staan de aflevering hoog in de kijkcijfers. Maar toch voelt het SYTYCD publiek een drempel om over te gaan tot aankoop van een Schouwburgkaartje. Hoe kan dat? Waar zit 'm de crux?
Vanaf de oprichting heeft het Scapino Ballet zich beziggehouden met de jeugd. En nog steeds ondersteunen ze docenten en leerlingen met danspakketten, dvd's en workshops. Maar gaandeweg zijn ze naast het jongere publiek meer en meer een volwassen publiek gaan aanspreken.
Uit de context
Wie een ander publiek wil aanspreken moet zo af en toe uit de band springen. Buiten de gangbare paden van een Schouwburg treden. Uit de context van je eigen voorstellingen stappen. Daarmee wil ik zeggen dat je je moet laten zien op plekken waar mensen je niet verwachten. Want over het algemeen wordt de Schouwburg als iets elitairs gezien. 'Daar ga je samen met je vrouw naar toe uitgedost in galakledij en alleen als je een flinke beurs hebt.' Die perceptie is natuurlijk onterecht, maar waarheid in de ogen van het SYTYCD publiek. Dus als je dat publiek niet naar jouw voorstelling kunt lokken moet je de voorstelling naar hen brengen. Laat je als dansgezelschap een keer zien op een popconcert of doe een voorstelling in de Maassilo in plaats van de Schouwburg. Plekken waar het SYTYCD publiek sowieso al te vinden is.
En het meest passende voorbeeld is SYTYCD zelf. Het programma biedt namelijk de uitgelezen mogelijkheid jezelf als dansgezelschap te neer te zetten bij een nieuw publiek. Tussen de optredens van de kandidaten is er namelijk altijd ruimte voor een optreden van een artiest. Dus ook voor het Scapino Ballet. Je zou gek zijn als je zo'n kans zou laten liggen. Want alleen op deze manier kom je in het gezichtsveld van het SYTYCD publiek.
'Verveel mij niet met vakjargon'
Het SYTYCD publiek mag beschouwd worden als leken op het gebied van dans. Ja, iedereen weet wat een pirouette is, maar voor alle andere vaktermen halen we onze schouders op. Hetzelfde geldt voor de namen dansers en choreografen. Het is natuurlijk logisch dat deze genoemd worden. Maar om daarover uit te wijden naar leken toe is compleet nutteloos en bovendien schrikt het af. Nee, het SYTYCD publiek is veel meer geïnteresseerd in het verhaal achter de voorstelling. Waar gaat het over? Wat willen ze mij vertellen? Je mag best trots tonen, maar wees voorzichtig met vakjargon.
Geen popi taaltje
Als je als dansgezelschap het jongere publiek van SYTYCD wil aanspreken moet je ook hun taal spreken. Dat wil niet zeggen dat je in sms-taal moet spreken of jezelf een bepaalde 'slang' aan moet meten om ze te kunnen bereiken. Want ze hebben meteen door dat je je anders voordoet dan je eigenlijk bent. En zeker ook niet je eigen identiteit te grabbel moet gooien. Maar wel dat je met een wat commerciëler en minder cultureel verantwoord oog naar je publiek kijkt.
Dit publiek moet namelijk wel eerst warm gemaakt worden. Ze zijn gewend met enthousiasme aangesproken te worden en niet zo snel tevreden als het gemiddelde 'Opium' publiek. Ga het publiek vanuit je eigen identiteit met bevlogenheid tegemoet en maak er een smeuïg behapbaar 'verkooppraatje' van.
Stain in the brain
Bij het bedenken van een voorstelling voor het SYTYCD publiek heb je met veel aspecten rekening te houden. De voorstelling moet zowel inhoudelijk als in dans aansluiten bij de doelgroep. Bedenk een heldere naam die meteen duidelijk maakt waar het over gaat. Gebruik een wat populairdere beeldtaal. Als ik voor het gemak even kijk naar de poster van 'Songs for Drella' dan zou de beeldtaal te cultureel verantwoord zijn net als het onderwerp en de titel. Voor een ode aan Warhol zou het SYTYCD de deur niet plat lopen. En de titel is te cryptisch en niet aansprekend genoeg. 'Songs for Drella' is natuurlijk niet voor die doelgroep bedoeld, maar ik wil maar zeggen dat deze formule toepasbaar is op de nieuwe doelgroep.
Behapbaar is het toverwoord. Je moet je voorstelling zo presenteren dat het als een 'stain in the brain' achterblijft. 'Insane in the brain' is daar een goed voorbeeld van.
Middelen
Als je de site van het Scapino ballet is een gemiste kans. De navigatie laat te wensen over. En je krijgt lang niet altijd de informatie die je verwacht op pagina's. Het duurt veel te lang voordat je bij de gewenste informatie bent. De voorstelling 'Songs for Drella' zou eigenlijk een actiesite moeten hebben. Bounce doet dat heel goed met 'Insane in the Brain'. Bounce heeft een actiesite waar de tourdata, photogallery, sociale media, verwante wedstrijden en overige informatie voor de voorstelling IITB in een oogopslag te zien zijn. Dat geeft een veel eenduidiger beeld en geeft de mogelijkheid je publiek op de actiesite anders aan te spreken dan op je gewone site.
Facebook, Twitter, YouTube en Hyves hebben allemaal een icoontje bovenin de pagina. Maar als je op die pagina's kijkt worden ze bijna niet gebruikt, als filmarchief gebruikt of alleen voor broadcasting van eigen berichten gebruikt. Niet echt spannend. En Twitter is een exacte kopie van Facebook.
Het zijn uiterst geschikte middelen voor promotie, maar ze worden nu niet uitgebuit. Je zou de kanalen bijvoorbeeld in kunnen zetten voor audities, zoals dat ook gebeurd is met het 'Youtube Symphony Orchestra' is gebeurd. Kandidaten over de hele wereld konden auditie doen door hun stuk op youtube te zetten.
Want sociale media worden pas sociaal als er een dialoog op gang komt. Erg leuk voor jezelf, die filmpjes en berichten op Facebook, maar zolang er geen mensen op reageren heb je er niets aan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten